Wat: Een hoofdstuk in Europa Anno 2006 drukt goed uit wat ik al via verschillende blogposts heb proberen duidelijk te maken. Ziehier een hopelijk overzichtelijke poging in 1 blogpost.
(Bron: Walser, M. (2006). Over het gesprek met zichzelf. Een flagrant essay. In J. Masschelein, & M. Simons(Eds.), Europa anno 2006. E- ducatieve berichten uit niemandsland (pp. 47-59). Leuven/Voorburg: Acco.)
Welk spreken staat centraal als we anderen een stem willen geven? Zowel mijn spreken als pedagoog als het spreken van anderen kan je op twee manieren bekijken.
Mijn voorkeur gaat uit naar de innerlijke taal.
Geadresseerde taal ( vaak heersende taal) | Innerlijke taal (voorkeur) |
Taal van het optreden Taal van meningen Taal van gelijk hebben Taal tot anderen, gericht op anderen => effect bereiken: anderen overtuigen van uw gelijk, van uw mening, uw begrijpen Niet aanwezig in deze taal owv over ervaring. Beleren van anderen Zin en bewustzijn is product van de auteur. Inzicht- kennis- weten Willekeurige taal: ander slechts doel van de geadresseerde taal | Taal van innelijke spreken: alles wat gedacht kan worden Een vrije taal Gesprek met mezelf Taal voor anderen => geen effect bereiken: “Iedereen leest zijn tekst en heeft de vrijheid te begrijpen zoals hij moet.” Meer aanwezig in deze taal owv vanuit een ervaring. Zelfonderzoek Zin en betekenis is product van lezer. Tekst heeft pas maatschappelijke betekenis doorheen de lezer. Uitdrukking- existentie- wezen Onwillekeurige taal: meer de ander aan zijn ervaring herinneren |
Waarom voorkeur voor een zelfgespek, een innelijke taal?
In deze taal is men het meest aanwezig. Ik ben het eens met Walser: “En , onbewijsbaar, kan ik hopen dat dit schrijven waarin ik meer aanwezig ben, anderen meer meedeelt dan elke mogelijke mening.”
Mijn blog:
Een zelfgesprek op zich. Het is een bundeling van mijn gedachten, steeds geschreven vanuit een ervaring ipv over een ervaring. Het heeft niet als doel een effect te bereiken bij de lezer. Ik richt mij niet expliciet tegen de lezer. Ik wil niet mijn mening verkondigen, beleren of gelijk hebben. Wel is het een schrijven voor de lezer waarbij geen effect bereikt dient te worden. Enkel een inspireren. Het aanspreken van de mensen. Dus toch een effect? Ja, maar niet in de zin van een vooraf bepaald doel/effect dat je wenst tot stand te brengen met de geadresseerde taal. Wel een ‘effect’ dat vanzelf gebeurt,( of niet gebeurt). Het is de lezer zelf die de tekst op zijn manier leest. In deze lezing ontstaat er mogelijks een aanspreken.
Gemeenschap?
Hoe verhouden mensen zich tov elkaar? Als schrijver en lezer, als spreker en luisteraar.
De taal is mogelijk wat we gemeen hebben. Taal als element van mogelijke gemeenschap, maar ook element voor scheidingen.
Als lezer ‘met’ de schrijver zijn. Als spreker met de ander, met de luisteraar zijn, doorheen de taal. Of de lezers onderling, zijn ‘met’ elkaar, doorheen het lezen van iets. Maar taal ook als element van scheidingen. Ik begrijp dit als elke lezer die zijn eigen lezing maakt en daardoor ook verschilt van de andere lezers en van de schrijver. Binnen de 'gemeenschap' dus ook aandacht voor het verschil ipv enkel het 'gemeen'.
Gedicht:
Een gedicht is een voorbeeld van het spreken vanuit uzelf. Geen beleren, wel spreken vanuit een ervaring en anderen herinneren aan eigen ervaringen.
Een gedicht wil geen gelijk hebben, wel spreken vanuit zichzelf en zo elke lezer zijn eigen lezing te laten maken, zijn eigen ‘gelijk’ te lezen.
=> Wat kan ik hiermee doen? Zelf een gedicht schrijven? De mensen uit Genk een gedicht laten schrijven? Gedichten als die artistieke focus uit verslag 15/11? Een gedicht dat geschreven is vanuit hun ervaring met Genk. De gemeenschap wordt niet gecreĆ«erd met bepaalde interventie: het gedicht schrijven. Wel zit de gemeenschap in de taal. We hebben taal gemeen en verhouden ons in de taal ‘met’ elkaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten